woensdag, 10 maart 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Ik heb in mijn jeugd vooral smeerlappen gekend – Samira Bellil


Samira Bellil (29) ging door de hel. Niet heel even, maar jarenlang. Haar relaas is dat van een meisje dat opgroeide in de gevaarlijke cités rondom Parijs, op haar zeventiende al tot drie keer toe was verkracht en tal van vernederingen onderging om dan door haar vader als een hoer te worden verworpen. “Toch heeft dit leven mij niet gebroken”, zegt zij. “Het heeft mij integendeel gehard in mijn strijd voor vrouwenrechten in de moslimgemeenschap en bescherming van de zwakkeren.”

bellil2.jpgDe jeugd van Samira speelt zich af in een cité in een Parijse voorstad waar vooral allochtone werklozen wonen. Jongerenbendes zwaaien er de plak en wie zich niet aan de regels onderwerpt, moet het ontgelden. Samira, die thuis werd opgevoed volgens de tradities van haar islamitische ouders, verzette zich van jongs af aan tegen de ongelijkheid van de geslachten en trok, net als de jongens, de straat op om er dag in dag uit rond te hangen met andere brutale meiden. Ze was het liefje van bendeleider Jaid en dat gaf haar een zekere status. Tot op de dag ze zich smoorverliefd aan hem gaf en zich zo onbewust tot algemeen bezit en gezamenlijk seksobject maakte.

Immers, eenmaal ontmaagd was de reputatie van Samira verwoest en werd ze een ‘kelderwijf’ en het ‘hoertje’. De andere bendeleden wilden ook wel wat. Samira werd als een dier bij de haren meegesleurd naar een appartement waar ze werd gedwongen tot de meest bestiale seks. Nadat ze zich urenlang met al haar krachten verzette en probeerde te ontsnappen uit de klauwen van haar belagers, moest ze zich noodgedwongen gewonnen geven en onderging ze de vreselijke vernederingen die de rest van haar jeugd en haar verdere leven zullen tekenen. De ene man volgde na de andere, tot de ochtend een einde maakte aan de gruwelijke nachtmerrie. Vanaf die dag zag het leven van Samira er anders uit.

Tot tweemaal toe herhaalde dit verkrachtingsscenario zich en Samira, die in de wijk telkens opnieuw met haar beulen werd geconfronteerd, was te bang om klacht in te dienen. Thuis kon Samira ook al niet terecht. Het verhaal kwam haar vader ter ore, en vanwege de ‘schande’ die ze aanrichtte in naam van de familie-eer, sloeg hij haar nog harder dan hij gewoonlijk al deed.

Voor Samira begon een jarenlange lijdensweg met vallen en trachten op te staan, maar telkens zonk zij nog dieper weg in een moeras van vernedering, seksueel misbruik en fysiek geweld. Toen ze eindelijk alle moed bijeenschraapte om toch klacht in te dienen tegen de verkrachters volgde een zoveelste zware teleurstelling: de advocate ‘vergat’ de dag van het proces mee te delen zodat de daders er goed afkwamen. Getekend door de tegenslagen en de enorme machteloosheid die ze voelde om toch iets van haar leven te maken, besloot ze de hulp van een psychologe in te roepen. Die probeerde met engelengeduld de wirwar van problemen en de uitzichtloze chaos waarin Samira zich bevond, stukje bij beetje bloot te leggen en te ontzenuwen.

Vandaag voelt Samira zich bevrijd. Ze heeft haar verleden achter zich gelaten en beschreef haar belevenissen in het boek Ontsnapt uit de hel. “Ze hebben me vernederd en verscheurd achtergelaten”, zegt Samira Bellil. “Ze hebben me kapotgemaakt. Maar mijn glimlach hebben ze nooit kunnen breken.”

Hoe bent u al die jaren van ellende doorgekomen?

Samira Bellil: Ik heb me nooit als slachtoffer gedragen en ben steeds voor mezelf opgekomen. Voor de buitenwereld leek het alsof ik mij niets aantrok van al die verkrachtingen en al dat geweld. Ook mijn moeder verweet me dat ik het niet zo erg leek te vinden, terwijl ik alleen maar verder wilde vergeten wat er was gebeurd. Nu besef ik dat ik mijn problemen meteen had moeten aanpakken, maar in die tijd wilde ik alleen maar overleven. Dat deed ik op mijn manier. Ik werd agressief en stortte me in het nachtleven. Ik had er geen moeite mee met volslagen vreemde mannen mee naar huis te gaan. In ruil voor seks had ik een plek om te slapen, want ik wilde van huis weg zijn. Ik had geen scrupules meer. Die verkrachtingen hadden mij elk gevoel van eigenwaarde ontnomen. Ik vond mezelf door en door verdorven, vuil en slecht. Wat kon het mij dan schelen wat er met mij gebeurde? Wat ik allemaal deed? Achteraf was dat een suïcidale reactie. Wilde ik diep in mezelf zijn.

Naar aanleiding van uw boek zijn heel wat meisjes met gelijkaardige verhalen naar de politie gestapt. Voelt u zich een spreekbuis en een voorbeeld?

Samira Bellil: Ik sta enkel in voor de gevolgen van mijn eigen daden. Het is ook niet mijn verdienste dat andere meisjes die misdaden eindelijk aangeven. Mijn boek is voor sommigen hooguit het laatste duwtje geweest om hen over de streep te halen. Het probleem is dat de meisjes vanuit alle hoeken druk ervaren. Ze worden bedreigd door de daders. “Als je iets zegt, gaat je familie eraan.” In de familie is dit alles een groot taboe want jonge meisjes moeten nu eenmaal niet op straat rondhangen. Op die manier wordt hen zo’n groot schuldgevoel opgedrongen dat ze niet anders durven dan te zwijgen en de pijn in alle stilte alleen te dragen. Ze voelen zich zelf schuldig aan hun eigen verkrachting. Bovendien is er in de wijken amper nog politie te zien. Ze durven zich daar niet meer vertonen, laat staan optreden. Hoe kan er dan een band groeien met de bevolking? De politie is er om drugs te zoeken, is de algemene gedachte, niet om verkrachte meisjes op te vangen. Maar ik wil dat de buitenwereld weet wat zich in die doodse voorsteden afspeelt. Dat het er een dagelijkse oorlogszone is.

Heeft uw boek iets veranderd aan de situatie in de cités?

Samira Bellil: Ik heb mensen aan het denken gezet. Maar we moeten realistisch blijven. De situatie in de cités gaat er enkel op achteruit. Toen ik er opgroeide, waren er groepsverkrachtingen. Nu gaat het er nog erger aan toe. Onlangs hebben bendeleden een meisje in brand gestoken! Zo maar voor de fun! En nog gebeurt er niets, niemand grijpt echt in. Zolang de overheid geen maatregelen treft, zal het van kwaad naar erger gaan. En ik kan het weten want ik ben momenteel weer actief in dezelfde wijk. Ik werk er met kinderen en jongeren die hetzelfde hebben meegemaakt als ik. Toen ik jonger was, heb ik zo gezocht naar hulp, om telkens tegen een muur te lopen en te moeten vaststellen dat ik er alleen voor stond. Daarom tracht ik nu de hand uit te steken naar de jongeren uit de wijk, die zich ook aan de strenge wetten van de cités moeten houden. Weet je dat ik mijn verkrachters soms nog tegen het lijf loop? Ze weten dat ik alles heb uitgebracht en nu bedreigen ze me opnieuw. Ze willen dat ik stop met die verhalen te verspreiden. Ze hebben nog altijd geen spijt van wat is gebeurd. Zij realiseren zich niet eens hoe afschuwelijk hun daden zijn. In elk geval laat ik me niet opjutten door hun bedreigingen. Het deert me niet meer, ze kunnen me niet meer bang maken. Dat is de enige manier om de dictatuur van de angst te doorbreken: zorgen dat je daarboven staat.

Hoe komt het dat de situatie in de wijken zo kon ontsporen?

Samira Bellil: Om te beginnen is er de socio-economische situatie. De werkloosheid is enorm en er zijn veel eenoudergezinnen. De scholen zijn te laks en laten de kinderen vaak aan hun lot over, niet in het minst omdat veel leerkrachten en begeleiders niet in de achtergestelde buurten willen werken. Ze worden afgeschrikt door het geweld en het ontbreken van elk gezag. Het leven in de cités is zo gesloten dat er geen contact is met de buitenwereld. Het is een stad in de grootstad met eigen wetten en leefregels maar zonder overheid die respect afdwingt, zonder controle van buitenaf. De overheid laat de cités volledig links liggen. Bovendien wonen in zulke wijken tientallen nationaliteiten met verschillende godsdiensten en is de wedijver groot. Het kan onder die omstandigheden niet anders dan dat de cités een ware broeihaard zijn voor problemen.

Verwijt u uw ouders iets?

Samira Bellil: Ik verwijt hen dat mij hun islamitische tradities hebben willen opleggen. Dat zij mij niet hebben geholpen toen ik het zo hard nodig had. Mijn ouders zijn moslims en hangen een traditie aan waarbinnen vrouwen benadeeld worden. Die onrechtvaardigheid kon ik als kind al niet aanvaarden en daar ben ik me tegen blijven verzetten. Ik ging in tegen de traditie van mijn ouders en dat heeft me veel klappen gekost. Vandaag is de relatie met mijn moeder goed, al praten we niet over het boek. Maar zij tracht wel te begrijpen wat er gebeurd is. Mijn vader daarentegen wil niets over het verleden of het boek horen en daar leg ik me bij neer. Het raakt me niet meer dat hij geen interesse heeft. Ik wilde in mijn boek de situatie uitleggen en de schuldigen, onder wie mijn ouders, met de vinger wijzen. Ik was wel bang dat mijn ouders me definitief de rug zouden toekeren, maar dat risico was ik bereid te nemen. Met mijn zussen heb ik nog steeds een warm contact, ze zijn erg trots op hun grote zus. De situatie was voor hen wel anders, ze hebben een veel mildere opvoeding gehad en op straat werden ze met rust gelaten omdat ze de zussen van ‘de Samira’ waren. Ik was voor hen de grote broer die hen beschermde en die ikzelf nooit heb gehad.

Gelooft u na al die vreselijke ervaringen nog in de liefde?

Samira Bellil: Ik heb in mijn jeugd vooral smeerlappen gekend, mannen die enkel uit zijn op seks en geen liefde kennen. Maar ik weet dat niet alle mannen zo zijn, dat heel wat mannen van een vrouw houden en ze genegenheid en liefde schenken. Ik ben er vast van overtuigd dat ook ik dat geluk zal vinden. Al die tijd heb ik mij het beeld voor ogen gehouden van de Belgische familie waarbij ik mijn eerste levensjaren doorbracht. Zij hebben me zoveel liefde gegeven en ook toen ik later bij hen op vakantie kwam, was er altijd een plaatsje voor mij aan de tafel en in hun hart. Zij toonden mij dat het ook anders kan, dat een man en een vrouw samen gelukkig kunnen zijn en kinderen kunnen laten opgroeien in een liefdevol gezin. Dat ideaalbeeld blijf ik nastreven.

Uw boek moest deze donkere periode in uw leven definitief afsluiten. Bent u daarin geslaagd?

Samira Bellil: Ondanks al wat is gebeurd, voel ik me nu vrij, levendig en gelukkig. Ik heb er heel hard moeten aan werken, dat wel, maar het is me gelukt. Toch is mijn boek niet in de eerste plaats een therapie. Ik hoorde zoveel lelijke roddels over de meisjes in de cités dat ik de nood voelde om mijn verhaal op te schrijven en de buitenwereld te laten kennismaken met de harde realiteit in de cités. Die meisjes zijn geen domme seksobjecten die de mannen uitdagen en zich nadien als slachtoffer gedragen. Zij worden wel degelijk verkracht en vernederd. Hun verhalen zijn geen aanstellerij maar een harde realiteit. Op een manier heb ik ook wraak genomen op wie me dit alles heeft aangedaan en wie zijn ogen heeft gesloten voor mijn pijn. Ik heb niemand gespaard en heb de verantwoordelijken aangeduid. En geloof me, ik ben nog lief geweest, ik had het boek nog veel harder kunnen maken.

Interview door Eva Van Den Eynde
© Dag Allemaal – 28 oktober 2003

Samira Bellil, Ontsnapt uit de hel. Een vrouw strijdt tegen seksueel geweld, Standaard Uitgeverij, 2003

Dit interview verscheen eerder op: liberales.gif

Liberales verstuurt wekelijks een gratis nieuwsbrief met interviews, essays en boekbesprekingen. Inschrijven kan op www.liberales.be.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Eva van den Eynde, topic: Interviews, Religieuze Onderdrukking
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. sisyphus schreef op : 1

    Ik ben diep onder de indruk, over de veerkracht van Samira Bellil om zo, uit de positie van machteloosheid – van bruut, wreed en diep pijnelijk geweld – toch vanuit haar innerlijk, dat te schrijven en te vertolken, wat in mijn ogen hard nodig is, om het nar buiten te brengen. Liefde lijkt zo broos omdat dit woord aan zoveel betekenissen is verbonden, dat het voorwaardelijk geworden ljkt – ik noem dat geen liefde, voor mij s het iets onbenoembaars. Het maakt mij heel erg stil van binnen. Mannen, die vrouwen aanranden, zijn ontstellende dominante zielige gestoorde lui, met hun compulsies, obsessies en uiterst primitieve machtsdrang naar ‘zelfbevrediging’. Deze bezitterige mannen onderwerpen vrouwen – naar mijn idee – omdat ze bang zijn voor vrouwen, jaloers zijn en geen enkele zelfrespect hebben, maar het voorwenden. Ze zijn echt zo gedresseert en geconditioneert, met de ‘winnaars – verliezers’ mentaliteit, opgelegd in zogenaamde ‘mannen-culturen’ en ze bestaan nog steeds in allerlei lagen van verschillende bevolkingsgroepen. Een beschamende toestand! Het is allemaal gedrag, de macho aan de buitenkant, heeft een zeer verdrongen verdwaalde onvolgroeide infantiele binnenkant. Als man zijnde, had ik “dat ook wel”, maar ik weet me te gedragen, hoor! Ik heb van dverse bronnen begrepen, dat deze mannen emotioneel onderontwikkeld zijn en dat er hierdoor een zeer geniepig glbberige (cynische, onbewuste en zeer onderbewuste: door het treineren e.d., zitten vol met Pavlov-acties – reacties) onbetrouwbare disasociatie is ontstaan, vermoedeljk ontstaan vanuit de eerste kinderjaren, dan via de pubertijd in alle hevigheid en door allerlei teleurstellingen, onbeheersbare begeertes en behoeftes hebben overgehouden: onderbewuste verlegenheid wordt overgecompenseerd in “grof gedrag”, als gewoonte-routne, gauw geprovoceerd, lichtgeraakt, veel onderdrukte woede, ik noem dit onmacht, vertaald in valse macht. Niet om dat goed te praten, maar wellicht, als “een mogelijke verklaring”, zonder het te generaliseren. Het gaat om informatie, geen vooroordelen. Er zijn betere antwoorden mogelijk op deze kwesties en “wij mannen”, zouden toch meer naar binnen kunnen kijken. Vooral, als het om intieme relaties gaat met vrouwen, om toch op een creatievere, nnovatievere wijze met elkaar om te gaan en elkaar met rust laten, maar ook, om elkaar te er-kennen in onze verschillen, die ook boeiend kunnen zijn, in dalen en in pieken. De verassingen zijn niet uit de wereld, om vanuit een hel, toch een vitaler, inspirationeler leven te leiden. Nare emoties, nare verschrikkelijke herinneringen en trauma’s zijn ervaringen, die niet door iedereen ervaren is. Mij gaat het om het gevoel van elk mens, dat heel subtiel werkt en dat innerlijke gevoel, zou wel eens liefde genoemd kunnen worden. Ik kan nooit zeggen, “hoe iemand zich moet voelen” evenmin dat ik “alle oplossingen in pacht heb”. Verre van dat.
    Ik heb geleerd – maar dat is mijn ervaring – dat zodra je iets mist, zoals een ideaal – dan kan dat ideaal als leidraad dienen, om de helse ervarngen, in onvermoede contexten te zetten, misschien – maar ik kan nooit voor andere mensen spreken – om deze “kleinzerige tirannen”, als “vervelende en bemoeizuchtige lastige opponenten en uitdagers” te bezien, om je “uit de slachtofferol” te zetten en de bitterzoethed van de wraak als genoegdoening, om te zetten tot innerlijke verzoening met je-zelf. Met andere woorden, de schrille contrasten van acceptatie/erkenning en net-acceptatie/ontkenning, is misschien een weg, tot zelf-erkennng en zelf-acceptatie. Ik (h)erken dit – alhoewel ik datgene nooit heb ervaren, wat Samira Bellil heeft ervaren – wel degeljk binnen mijzelf. Als man.

    Groet,
    Sisyphus