maandag, 13 december 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Het land van Theo van Gogh – Sylvain Ephimenco

sylvain_groot.jpg
Sylvain Ephimenco

Sinds de moord op Theo van Gogh is de discussie over de multiculturele samenleving in Nederland nog toegenomen. In tegenstelling tot in Vlaanderen, waar het debat nog grotendeels wordt beheerst door de cultuurrelativistische elite, neemt de kritiek op de nefaste gevolgen van het multiculturele denken in Nederland halsoverkop toe. Niet alleen bij autochtone denkers als Paul Scheffer en Paul Cliteur, maar ook en vooral bij autochtonen zelf zoals Hafid Bouazza, Afshin Ellian, Ayaan Hirsi Ali, Naima El Bezaz, Nahed Selim en Naema Tahir. Iemand die al jaren ingaat tegen het politiek correcte denken van de linkse kerk is de in Frankrijk geboren Algerijnse columnist Sylvain Ephimenco die over dit thema regelmatig publiceert in het dagblad Trouw en thans zijn eerste boek publiceert onder de titel Het land van Theo van Gogh. Het boek bevat een bundeling van zijn meest treffende teksten die in de loop van de voorbije jaren verschenen over ondermeer de moord op Pim Fortuyn, het slachtofferisme waarin heel wat allochtonen zich wentelen, de misplaatste oorlog van Bush tegen Irak, de hoofddoekjeswet in Frankrijk, de bouw van nieuwe moskeeën in Rotterdam, de opvallende stilzwijgendheid van de westerse feministen over de positie van de moslimvrouw, de bedreigingen ten aanzien van Ayaan Hirsi Ali en de moord op Theo van Gogh. De auteur heeft de meeste van die teksten voor dit boek geactualiseerd en bewerkt.

Sylvain Ephimenco is in elk geval niet van plan om na de moord op Van Gogh te zwijgen want dat zou toegeven zijn aan de chantage van het geweld. Juist de wil en de moed om het debat te voeren is voor hem het bewijs van de superioriteit van de rechtsstaat en de democratie tegenover de duisternis en religieuze onverdraagzaamheid dat fundamentalistische moslims zoals Mohammed B. (de moordenaar op Theo van Gogh, nvdv) voorstaan. Meer nog, de auteur roept de vredelievende moslims op om te breken met de passiviteit uit het verleden en massaal in te gaan tegen de fanatici die de islam willen gijzelen voor hun bedenkelijke doelen. Ephimenco wijst hier ook met een beschuldigende vinger naar de zelfverklaarde moslimvertegenwoordigers die elke kritiek op de islam proberen te smoren door de criticasters te beschuldigen van nestbevuiling. Maar evenzeer heeft hij het gemunt op de zogenaamde progressieve autochtone elite die ‘niet op tijd heeft ingezien hoe reactionair, contraproductief en vrouwonvriendelijk haar dogma’s zijn geworden’. Het is een vorm van onverschilligheid en zelfs onverdraagzaamheid van mensen die hun eigen ongelijk niet kunnen toegeven en andersdenkenden monddood proberen te maken door hen te vergelijken met extreem rechts zoals gebeurde met Paul Cliteur en zelfs Ayaan Hirsi Ali die hen keer op keer wijst op hun interne contradicties.

Het is een speling van het lot dat net de zelfverklaarde progressieven zich nu aan dezelfde kant bevinden als de voorstanders van religieuze dogma’s, de onverdraagzaamheid en de onderdrukking van de vrouw. Volgens Ephimenco zijn de verdedigers van de multiculturele samenleving op die manier verworden tot de meest uitgesproken conservatieven. De auteur geeft toe dat hij zelf als uitgeweken Fransman van Algerijnse afkomst in de ban was van de multiculti’s. Maar zijn omslag kwam er toen hij als ingezetene van een allochtone buurt in Rotterdam de toenemende multiculturele segregatie, het verval van een gemeenschappelijke waardensokkel en het verlies van de Nederlandse taalkennis als bindend element vaststelde. Het leidde tot onverschilligheid en wederzijds onbegrip, aldus de auteur, en bij de allochtonen tot een vorm van slachtofferisme waarbij alles wat misging in de schoenen werd geschoven van de racistische blanke burgers en de discriminerende overheid. Intussen groeide de kloof en werden zaken als verplichte sluiering, gemengd zwemmen en het instellen van gebedsruimtes in openbare plaatsen in naam van het cultuurrelativisme toegelaten.

Een kwalijke evolutie vindt de Ephimenco alvast het toenemende aantal moslimmeisjes die een hoofddoek dragen. Net zoals Chahdortt Djavann ziet de auteur dit als ‘een instrument dat de zichtbaarheid van hun (islam) invloed moet concretiseren’ en als een duidelijk zichtbare onderscheiding tussen de kaffars (de ongelovigen) en de ‘echte’ moslims. Het past in de politiek van de orthodoxe moslims om Frankrijk te ‘islamiseren’. De auteur is dan ook een groot voorstander van de wet op het verbod van opvallende religieuze symbolen, die notabene met een overdonderende meerderheid werd goedgekeurd in het Franse parlement maar waartegen Franse moslimgroeperingen zich blijven verzetten. Het verbod op hoofddoekjes in de openbare scholen is noodzakelijk om leerlingen zich in een sereen klimaat te laten ontwikkelen tot burgers die beschikken over een autonome wil. Een andere doorn in het oog van Ephimenco is het gemak waarmee men in Nederland de inplanting van nieuwe moskeeën toestaat. Deze moskeeën worden vaak gefinancierd door buitenlandse moslims uit reactionaire staten (zoals de Verenigde Arabische Emiraten) en hebben volgens de auteur alleen tot doel om het belang van de boodschappen die binnen de muren van de godshuizen worden verkondigd, een grotere impact te geven.

De ommekeer zal vooral moeten komen van de vredelievende krachten binnen de islamwereld zelf. En die stonden na de aanslagen van 11 september sterker dan ooit, aldus Ephimenco. Op dat ogenblik bestond er heel wat sympathie en medeleven voor de slachtoffers. President Bush heeft dit potentieel evenwel verkwanseld door zijn onverstandig optreden in Irak. De oorspronkelijke sympathie, ook in de moslimwereld, verdween snel en maakt plaats voor een toenemende destructieve radicalisering in de islam. De dagelijkse berichtgeving over de gebeurtenissen in Irak geven de auteur alvast gelijk. Dat neemt niet weg dat de moslims in Europa een belangrijke verantwoordelijkheid dragen. Ze moeten de radicale, noem het sinds de moord op Theo Van Gogh, zelfs criminele tak van hun geloof aanpakken en zich afzetten tegen elke interpretatie van de koran waarin geweld en onverdraagzaamheid tegenover andersdenkenden en ongelovigen wordt verdedigd en aangemoedigd. Ook na de aanslagen in Madrid van 11 maart 2004 bleef een dergelijke reactie van de moslimvertegenwoordigers in het westen uit.

De politiek en maatschappelijk meest relevante tekst handelt over ‘de verworpenen van de multiculturele samenleving’. Ephimenco schets een goed beeld van de groeiende kloof tussen de cultuurrelativistische elite en de gewone man in de straat die zijn buurt, doorgaans in grotere steden, zag veranderen maar nergens terecht kon met zijn klachten. Die gewone mensen zagen de toenemende vervuiling, de onverschilligheid en vooral de onveiligheid rondom hem toenemen maar hoorden hun politieke leiders en opiniemakers zeggen dat het allemaal zo’n vaart niet liep, dat het om ‘subjectieve’ gevoelens ging en dat ze als blanke burgers in feite niet te klagen hadden. Tegelijk hielden diezelfde leiders en opiniemakers de nieuwkomers voor dat ze hun eigen groepsidentiteit konden behouden en dat ze zich niet echt moesten aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden. Ook in Vlaanderen heeft het lang geduurd alvorens men inzag dat bijvoorbeeld verplichte taallessen geen afwijzend signaal betekenen maar net een kans voor nieuwkomers om zich vlotter aan te passen in onze samenleving. De blanke autochtonen begonnen zich aldus steeds meer vreemden in eigen land te voelen. Het is in deze context dat Pim Fortuyn een dergelijke onverwachte opgang maakte. Hetzelfde gebeurde in Frankrijk met de opkomst van Le Pen wat de Franse filosoof Alain Finkielkraut ertoe aanzette om de Franse multiculturalisten te bestempelen als ‘de electorale waterdragers van Le Pen’. Ook de traditionele feministen hebben boter op het hoofd, aldus de auteur. Zij lieten hun allochtone zusters in de steek en keken meestal weg wanneer ze geconfronteerd werden met misstanden rond de positie van de vrouw in de moslimwereld.

Sylvain Ephimenco eindigt zijn boek met een indrukwekkende open brief aan Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Hierin geeft hij aan hoezeer de dader zijn eigen geloof mismeesterde om zijn handeling een schijn van verantwoording te geven. Daarvoor citeert hij uit de brief die de dader achterliet op het lichaam van de vermoorde cineast. De sleutel tot het paradijs heeft zeker niet de vorm van een pistool, aldus een bittere Ephimenco, die de dader alleen dankbaar is omdat hij hem en zovele anderen die geloven in de universele waarden van de mens wakker heeft gemaakt. ‘We zullen niet toestaan dat deze (universele waarden) door fanatisme en geweld worden aangetast’. Het boek van Sylvain Ephimenco maakt hopelijk de grote slapende massa autochtone en allochtone mensen wakker die moet beseffen dat alleen een onvoorwaardelijke aanvaarding van onze fundamentele grondrechten de basis kan zijn voor een harmonieus samenleven tussen mensen met uiteenlopende politieke, culturele en religieuze denkbeelden.

Sylvain Ephimenco, Het land van Theo van Gogh, Houtekiet, 2004.

Recensie door Dirk Verhofstadt

Dit artikel verscheen eerder op: liberales.gif

Liberales verstuurt wekelijks een gratis nieuwsbrief met interviews, essays en boekbesprekingen. Inschrijven kan op www.liberales.be.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Dirk Verhofstadt, topic: Recensies, Religieuze Onderdrukking
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Gilbert De Bruycker schreef op : 1

    ***1/ “de auteur roept de vredelievende moslims op om te breken met de passiviteit uit het verleden en massaal in te gaan tegen de fanatici die de islam willen gijzelen voor hun bedenkelijke doelen. ”

    Goed bedoeld. Maar vergelijk hieronderstaande tekst.
    From Austin Cline,
    Your Guide to Agnosticism / Atheism.
    Stay up to date!

    April 09, 2005
    Virus of Religious Moderation
    Many believe that the best antidote to religious extremism is religious moderation. Many believe that religious extremists can be held back by greater action by religious moderates. While it is true that religious moderates aren’t themselves the same threat that extremists are, what exactly do they bring that will stop extremism?

    Sam Harris writes in The Times:

    The problem with religious moderation is that it offers us no bulwark against the spread of religious extremism and religious violence. Moderates do not want to kill anyone in the name of God, but they want us to keep using the word “God” as though we knew what we were talking about. And they don’t want anything too critical to be said about people who really believe in the God of their forefathers because tolerance, above all else, is sacred. To speak plainly and truthfully about the state of our world — to say, for instance, that the Bible and the Koran both contain mountains of life-destroying gibberish — is antithetical to tolerance as moderates conceive it.

    But by failing to live by the letter of the texts — while tolerating the irrationality of those who do — religious moderates betray faith and reason equally. As moderates, we cannot say that religious fundamentalists are dangerous idiots, because they are merely practising their freedom of belief. We can’t even say that they are mistaken in religious terms, because their knowledge of scripture is generally unrivalled. All we can say, as religious moderates, is that we don’t like the personal and social costs that a full embrace of scripture imposes on us. It is time we recognised that religious moderation is the product of secular knowledge and scriptural ignorance.

    Religious moderates imagine that theirs is the path to peace. But this very ideal of tolerance now drives us toward the abyss. Religious violence still plagues our world because our religions are intrinsically hostile to one another. Where they appear otherwise, it is because secular knowledge and secular interests have restrained the most lethal improprieties of faith. If religious war is ever to become unthinkable for us, in the way that slavery and cannibalism seem poised to, it will be a matter of our having dispensed with the dogma of faith.
    Saying that religious moderation offers “no bulwark against the spread of religious extremism and violence” means, I think, that religious moderates can offer extremists (and would-be extremists) no religious reason not to be extremists. They can offer less-extremist interpretations of scriptures, which is fine, but they cannot justify preferring those interpretations very well. Indeed, the principles of religious tolerance often work against insisting that one interpretation is more “right” than alternatives.

    Religious moderates typically use the same language, same concepts, same categories, and same texts as the extremists. The two groups are far more similar than they are different, but the extremists can be far more confident in their beliefs and dogmas than the moderates. They offer security and assurance of having the “right” beliefs — beliefs mandated by God. Moderates can offer beliefs with fewer social costs or problems, but which may not be mandated by God. Since the moderates continue to use the same language about the authority and dominion of God over us, how can the moderates convince extremists that the moderates’ message is better?

    ***2/”De ommekeer zal vooral moeten komen van de vredelievende krachten binnen de islamwereld zelf. En die stonden na de aanslagen van 11 september sterker dan ooit, aldus Ephimenco. Op dat ogenblik bestond er heel wat sympathie en medeleven voor de slachtoffers. President Bush heeft dit potentieel evenwel verkwanseld door zijn onverstandig optreden in Irak. De oorspronkelijke sympathie, ook in de moslimwereld, verdween snel en maakt plaats voor een toenemende destructieve radicalisering in de islam.”

    Vergelijk evenwel met onderstaande bedenking.
    Thernstrom argues that current immigrant groups will assimilate largely automatically because that’s what happened to German-Americans. “There was a German ethnic group once, a huge and powerful one. But it has vanished in the melting pot,” he intones.

    Yet, in the very next chapter, Nathan Glazer explains that German-American multiculturalism didn’t die out naturally, but “was expunged by World War I and its aftermath.”

    And later, Barone gives some details of how German ethnicity was smashed in 1917:

    “The Wilson administration and its propagandists conducted a campaign against German culture, renaming sauerkraut ‘liberty cabbage,’ suppressing German-language schools and newspapers, prosecuting political opponents of the war.”
    (Remythologizing The Melting Pot
    By Steve Sailer)