dinsdag, 15 maart 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Discriminatie als fundamentele vrijheid


MEStorme4.jpgDe klassiek-liberale denktank Nova Civitas rond de Gentse professor Boudewijn Bouckaert reikte enkele weken geleden haar Prijs van de Vrijheid uit aan Matthias Storme (foto). Die wil mensen huldigen die zich bijzonder inzetten voor de verdediging van de persoonlijke vrijheid. Vorig jaar kreeg de Nederlandse politica Ayaan Hirsi Ali die prijs. De laureaat van dit jaar shockeerde de goegemeente door in zijn toespraak de vrijheid om te discrimineren “het fundamenteelste aller vrijheden” te noemen. Het leverde hem weer de nodige schimpscheuten op, waarbij zijn tegenstanders hun gebrek aan inhoudelijke argumentatie probeerden te compenseren met verbale brutaliteiten. Peter De Roover, journalist van het Pallieterke, zocht deze intellectuele woelwater op in zijn Gentse biotoop. Dit interview werd overgenomen uit het krantje van 1 maart 2005.

Er verrijst een nieuwe vleugel aan zijn woning. Storme kijkt met twinkelende ogen naar de gang die beide delen van de woning verbindt en geniet nu al van het idee dat de lange blinde muur zal dienen voor ruime boekenkasten. De verzameling van duizenden titels die het huis bijna doen kreunen kan weer stevig worden aangevuld. Maar professor Storme verstopt zich niet in zijn gekoesterde boeken. Hij betreedt graag het intellectuele strijdtoneel, ook en liefst waar anderen terugschrikken om na A ook B te zeggen. Storme laat er graag het hele alfabet op volgen.

‘t P: Discriminatie uitroepen tot het fundamenteelste mensenrecht: leeft Storme van de provocatie?

MS: Die titel was zeker bedoeld als aandachtstrekker, maar ik meen het ook echt. Het is dus geen goedkope provocatie. We moeten in onze persoonlijke levenssfeer de vrijheid behouden om te discrimineren. Een private organisatie zonder monopoliepositie moet vrij zijn te beslissen wie ze aanvaardt en wie niet. Vakbonden bijvoorbeeld kunnen die vrijheid niet opeisen. Het kartel van de drie erkende vakbonden vormt een monopolie. Je kan geen nieuwe vakbond oprichten. Er bestaat een numerus clausus. Aangezien die overheidstaken uitvoeren, zoals het uitbetalen van werkloosheidsvergoedingen, moet het hen verboden worden leden uit te sluiten wegens hun politieke overtuiging. Maar in private verhoudingen heb je het recht eigen voorkeuren niet te moeten verantwoorden aan de overheid.

‘t P: Dus moet de burger de vrijheid hebben een allochtoon te weigeren als huurder?

MS: Het vertrekpunt is al mis. De wet bepaalt hoe je eigendom verkrijgt, maar gaat over de schreef als ze eist dat een eigenaar het gebruik van zijn eigendom moet rechtvaardigen. Door een voorkeur te hebben voor iemand op een andere, wordt die laatste niet in z’n rechten beknot. Niemand heeft een afdwingbaar recht op dat appartement. De eigenaar moet wel het recht hebben zelf te bepalen wie hij als huurder aanvaardt, zonder die keuze te moeten verantwoorden.

‘t P: Nu mag je iemand alleen weigeren omdat die de huur niet kan/wil betalen.

MS: Inderdaad, men mag dus niet discrimineren op basis van huiskleur, maar wel op basis van de dikte van de portefeuille. Alleen het mercantilisme wordt nog aanvaard als criterium om te bepalen wie je wel of niet als huurder toelaat. Dat die discriminatie wettelijk wel wordt geaccepteerd, bewijst de materialistische levensopvatting die achter de hele anti-discriminatiewet schuilgaat. Wie andere criteria dan geld belangrijk vindt, wordt beknot. Trouw, sympathie of loyauteit mag je niet meer belangrijker vinden. Dat zijn subjectieve waarden die in verdrukking komen. Waarom zou een werkgever geen voorkeur mogen hebben voor een sollicitant die een groot gezin moet onderhouden en het loon meer nodig heeft dan anderen? Met deze wetgeving dreigt hij zich te moeten verantwoorden voor een rechter als hij die keuze maakt. De wetgever reduceert de menselijke handelingsvrijheid tot het calculeerbare, het objectief bewijsbare.

‘t P: Doet het recht dat niet per definitie?

MS: In zekere mate wel en daarom is een goed rechtssysteem heel zelfbeperkend. De wetgever bepaalt het kader en daarbinnen laat het de burger vrij. Zonder recht bestaat er bijvoorbeeld geen vrije markt. De wet bepaalt dat je contracten moet naleven en hoe je eigendom verkrijgt. Maar de inhoud van dat contract bepaal je zelf. Als de wetgever dat ook te veel gaat voorschrijven, wordt de vrijheid gefnuikt.

‘t P: De anti-discriminatiewet gaat daar volgens u in de fout.

MS: Ze is absoluut bemoeiziek. Quota invoeren voor migranten op de arbeidsmarkt is een veel kleiner kwaad. In Frankrijk moeten bedrijven een bepaald percentage gehandicapten in dienst nemen. De bedrijven die dat quotum niet halen, moeten een bijdrage leveren aan een fonds dat mensen met een handicap aan een job helpt. Dat idee is aantrekkelijk. De overheid stelt zich tot doel om iedereen kansen te geven op een baan en de privé-personen die kiezen om die taak mee te helpen uitvoeren, krijgen een belastingskorting. Maar hun vrijheid om te kiezen wie het bedrijf wel of niet in dienst neemt, blijft onaangetast. Wanneer de overheid echter de etnische afkomst als bepalend criterium gaat hanteren, openen we de doos van Pandora. Daar zit apartheidsdenken achter. Wie gehandicapt is, kampt met een individueel probleem dat hinderlijk kan zijn om bepaalde jobs te vinden. Dat is ook zo voor wie laaggeschoold is. Daar bestaat een directe band met de tewerkstellingskans. Beweren dat je minder kans maakt wegens je etnische achtergrond is een gevaarlijke redenering. Alsof je afkomst je talenten zou bepalen. Is het een probleem om je brood te verdienen als je allochtoon bent? Een gebrek aan talenkennis, meer bepaald van de streektaal, of lage scholing: dat zijn individuele mankementen die een hinderpaal vormen. Als bepaalde godsdiensten, zoals de joodse, meer stimuleren om te studeren dan andere, moet de overheid dat dan gaan sanctioneren? Een beleid dat alle mensen de kans geeft om hun talenten te ontplooien, is verdedigbaar. Maar sommige groepen speciale rechten verlenen, is een brug te ver.

‘t P: Men kan opwerpen dat de Vlaamse Beweging speciale rechten wil voor de Vlamingen in Brussel.

MS: Dat klopt niet. Wij willen een mate van autonomie voor die groep. Het hoort tot de essentie van die zelfstandigheid dat de Vlaamse overheid een eigen beleid voert dat kan afwijken van dat van de Franstaligen. Maar het zou ongepast zijn als de Brusselse gewestelijke overheid aparte rechten zou verlenen aan bepaalde groepen ten nadele van de anderen. Vandaag worden mensen die opkomen voor gelijke rechten voor iedereen daarvoor gesanctioneerd. Rocco Buttiglione werd afgewezen als EU-commissaris omdat hij tegen aparte rechten voor specifieke groepen is. Hij werd geslachtofferd wegens zijn verdediging van gelijke rechten. We mogen ook de duivelse logica van de groepsrechten niet uit het oog verliezen. We merken dat die meestal werken ten voordele van de sterken uit de zwakke groep, die geen specifieke steun nodig hebben, ten koste van de zwakken uit de sterke groep. Zit je toevallig in een zogenaamde zwakke groep, dan krijg je voorrechten, ook als je die niet nodig hebt. Ik denk bijvoorbeeld aan vermogende 60-plussers die gratis met het openbaar vervoer rijden, terwijl iemand met een laag loon die jonger is wel het volle pond moet betalen.

‘t P: U ziet ook discriminatie in de anti-discriminatie.

MS: Je moet tot een georganiseerde en erkende ‘minderheid’ behoren. We kennen de symbolische achterstandsgroepen: vrouwen, vreemdelingen en homo’s. Maar wie om politieke redenen uit een vakbond wordt gezet, heeft geen verweer. Omdat dan een politieke stroming wordt benadeeld die niet het geluk heeft ‘erkend’ te zijn als slachtoffer. De grote strijders tegen discriminatie discrimineren vlot als ze een ongelijkheid invoeren in de overheidsfinanciering van politieke partijen.

‘t P: Discriminatie loert overal. Volgens u discrimineert de actie Tsunami 12/12 ook.

MS: Het is aangetoond dat er nu middelen naar Zuidoost Azië vloeien, die anders aan Afrikaanse projecten zouden besteed worden. Dat gebeurt zeker niet op basis van objectieve gegevens, maar omwille van gevoelens en emoties. Dat gaat in tegen de geest van die anti-discriminatiewet. Zelfs onze politiek correcte media hebben mensen aangezet een extra inspanning te doen om geld te geven, wetende dat dit globaal ten koste gaat van grotere sukkelaars. Een extra inspanning doen voor iemand discrimineert dus. Nu, ik vind dat zoiets moet mogen. Maar onze anti-discriminatiepolitici zouden dat moeten aanklagen.

‘t P: De boswachter stroopt dus.

MS: De partijen die het voor het zeggen hebben, keurden tientallen wetten goed, waarvan de hoogste rechtscolleges hebben vastgesteld dat ze discrimineren. Als ze hun eigen wetten ernstig nemen, zouden ze hun eigen financiering moeten inhouden.

‘t P: U vindt de anti-discriminatiewet totalitair.

MS: Uiteraard, omdat ze geen onderscheid maakt tussen de private- en de publieke sfeer. De overheid bemoeit zich met de kern van het private handelen: namelijk vrij kunnen kiezen. De burger wordt verplicht zich aan te passen aan de doelstellingen van de overheid. Uiteraard moeten de overheidsdoeleinden gerespecteerd worden. Maar we komen in een situatie dat die zelfs niet meer ter discussie mogen gesteld worden. Daarmee wordt de kern van de democratie uitgehold. Vroeger kwam je op de brandstapel als je het bestaan van God in twijfel trok. Nu bestaan er andere dogma’s, maar wie ze betwist komt op figuurlijke brandstapels terecht.

‘t P: Maar je merkt wel dat de slinger heen en weer blijft gaan. In Nederland worden de linkse taboes steeds meer in twijfel getrokken.

MS: Je merkt dat er gelukkig nog altijd een conservatieve reserve bestaat. Er komt verweer als de slinger te ver uitwijkt.

‘t P: En dus overdrijft Storme. Het zal zo’n vaart allemaal niet lopen.

MS: Ja maar, da’s de taak van een intellectueel. Hij moet waarschuwen voor het te laat is. Je moet niet beginnen roepen als de moord gepleegd is. Ik geloof niet in de theorie van het hellend vlak, dat de catastrofe niet meer kan vermeden worden. Het is typisch conservatief om er van uit te gaan dat alles omkeerbaar is. De wereld volgt geen onomkeerbare rechte lijn, zoals de linkerzijde gelooft. Het evenwicht, de kern van het conservatieve denken, is sterker dan we wel eens denken. Maar we moeten ons bewust zijn van het gevaar dat die conservatieve reserves te snel worden uitgeput. Gebruiken, waarden of feesten wortelen in wijsheden die duizenden jaren oud zijn. Zij houden ons op het rechte pad en beschermen tegen de neiging om ons aan te passen aan ‘modes’. We zijn die conservatieve reserves in snel tempo aan het vernielen, zonder er iets voor in de plaats te stellen. Ooit was het hoofdprobleem dat tradities verstarden. Vandaag is het vernielen ervan een grotere ziekte. Omdat alles tegelijk alles kan betekenen, betekent niets nog iets.

‘t P: U spreekt over de rol van de intellectueel. Voelt u zich niet erg eenzaam, als je merkt hoeveel aan zelfcensuur wordt gedaan?

MS: Ik zou het prettig vinden als ik meer publieke medestanders zou tellen. Mocht iedereen die me in privé-gesprekken gelijk geeft dat ook openlijk zeggen, stonden we veel verder. ‘Wij’ hebben de media niet in handen en in onze samenleving waar het zeer belangrijk is om in de media te komen, schrikken velen er voor terug om tegen de stroom in te roeien. Maar de toestand is allerminst hopeloos. De linkerzijde zit met de handen in het haar omdat ze veel terrein moet prijsgeven aan de kracht van de ideeën bij de rechterzijde en bij conservatieven.

Relevante websites:
www.storme.be
www.pallieterke.info

Dit artikel verscheen eerder op Nova Civitas Weblog.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Peter De Roover, topic: Interviews, Multiculturalisme en Discriminatie, Vrijheid van Meningsuiting
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.