vrijdag, 19 mei 2006
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Ik moet weer mijn koffers pakken


In de zomer van 1992 ben ik naar Nederland gekomen. Ik wilde mijn leven in eigen hand nemen. Omdat ik me niet wil laten vangen in een toekomst die anderen voor mij uitstippelen. Zoals velen heb ik gekozen voor de bescherming van de vrijheid. Die vrijheid heb ik hier gevonden. Hier heb ik de mogelijkheden gekregen en aangegrepen voor mijn strijd tegen religieuze terreur.

In de winter van 2003 ben ik lid van de Tweede Kamer geworden. Dat was op uitnodiging van de VVD. Mijn voorwaarde was dat ik woordvoerder emancipatie en integratie zou worden. Dat is gelukt, maar in de politiek gaat niets vanzelf. Want wat wilde ik in het parlement bereiken? Allereerst wilde ik de ondergeschikte positie van migrantenvrouwen aan de orde stellen, en met name die van moslimvrouwen. Ik wilde aandacht voor de cultuur en religie van etnische minderheden en niet alleen voor hun sociaal-economische omstandigheden. Ten slotte wilde ik dat het tot de politici hier zou doordringen dat de islam op belangrijke punten onverenigbaar is met de liberale rechtstaat.

En nu mag ik mij afvragen: ben ik hierin geslaagd? Politiek was voor mij een kwestie van vallen en opstaan. Soms was het frustrerend en ging mij het allemaal veel te langzaam. Maar dit weet ik zeker: op mijn manier heb ik bijgedragen aan de debatten. Over de islam, de bedreiging van de vrijheid van meningsuiting, de scheiding tussen kerk en staat, huiselijk geweld, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, het dumpen van vrouwen in hun land van herkomst. Deze zorgwekkende onderwerpen zijn niet meer weg te denken uit Den Haag.

De maatregelen die het kabinet neemt geven mij voldoening. Veel illusies over de multiculturele samenleving zijn voorgoed verdwenen: we zijn veel realistischer en opener geworden in het debat. Intussen zijn mijn ideeën ook in het buitenland doorgedrongen. De afgelopen jaren heb ik in Europa en Amerika veel lezingen gehouden en debatten gevoerd. Ik moest een afweging gaan maken. Ga ik verder in de Nederlandse politiek of moet ik mijn standpunten in een internationale omgeving uitdragen? In het najaar van 2005 vertelde ik Gerrit Zalm en Jozias van Aartsen dat ik niet beschikbaar zou zijn voor de lijst van 2007. Ik kies nu voor een internationaal podium, omdat ik wil bijdragen aan het grensoverschrijdende debat over de emancipatie van moslimvrouwen en de ingewikkelde relatie tussen de islam en het Westen.

Ik wil de VVD bedanken voor mijn jaren in het parlement. Dat deze partij mij heeft gevraagd en – belangrijker nog – het met me heeft uitgehouden, is niet vanzelfsprekend. In het bijzonder wil ik mijn waardering uitspreken voor mijn fractiegenoten. Ik wil mijn collega’s in de kamer bedanken, voor hun steun, al waren de debatten soms vinnig en scherp. Femke, dank je wel. Dank ook aan die 30.758 mensen die hun stem toevertrouwden aan een nieuweling.

Nu zult u zeggen, waarom blijf ik niet tot aan de verkiezingen van volgend jaar? Waarom heb ik besloten om na bijna drieëneenhalf jaar mijn lidmaatschap van de kamer te beëindigen? Sinds ik in het voorjaar van 2002 publiekelijk over de islam ben gaan spreken, zijn de bedreigingen begonnen. Al ruim voordat ik in de politiek ging, is mijn bewegingsvrijheid daardoor ernstig beperkt. Dat is na de moord op Theo van Gogh alleen maar erger geworden. De directe aanleiding voor het beëindigen van mijn kamerlidmaatschap is dan ook dat ik voor het einde van de zomer uit mijn huis moet vertrekken. Op 27 april heeft het hof die uitspraak gedaan. Naar aanleiding van een klacht die mijn buren hebben ingediend – omdat zij zich in mijn buurt niet veilig voelen – heeft het Hof hen in het gelijk gesteld en mij vier maanden de tijd gegeven om mijn huis te verlaten.

Nu moet ik weer verhuizen, maar ook mijn nieuwe buren weten van de uitspraak van dit Hof. Minister Donner is in beroep gegaan tegen deze uitspraak en ik ben hem daar erkentelijk voor: want hoe zal het anderen vergaan die worden bedreigd wanneer deze uitspraak overeind blijft? Aan mijn situatie verandert het niets: ik moet in afwachting van het beroep weer mijn koffers pakken. Een andere aanleiding voor mijn vertrek vormt de discussie over het tv-programma De heilige Ayaan. Daarbij gaat het om twee kwesties: de onjuiste gegevens die ik heb verstrekt om erkend te worden als vluchteling en het verhaal over mijn uithuwelijking.

Over het feit dat ik met een onjuiste naam en geboortedatum, en met een onjuist vluchtverhaal, naar Nederland ben gekomen, ben ik altijd zeer open geweest. In 2002 heb ik op televisie de precieze toedracht rond mijn aankomst voor het eerst uit de doeken gedaan. Sindsdien heb ik het tientallen keren herhaald, in binnen- en buitenland, in kranten, op radio en televisie. In de persmap vindt u een selectie hiervan. Ik heb vele malen de naam van mijn vader genoemd, ik heb mijn geboortedatum gegeven.

Nu vraagt u zich wellicht af: Hoe heet ik? Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon is van Magan, de zoon van Isse, de zoon van Guleid, die de zoon was van Ali, die de zoon was van Wai’ays, die de zoon was van Muhammad, van Ali, van Umar, van het geslacht Osman, de zoon van Mahamud. Ik ben van deze clan. Mijn oervader is Darod, die achthonderd jaar geleden vanuit Arabië naar Somalië kwam en de grote stam van de Darod stichtte. Ik ben een Darod, een Macherten, een Osman Mahamud, en een Magan. Vorige week was er nog enige verwarring over mijn naam. Hoe ik heet ? U weet nu hoe ik heet.

Er schijnen juridische vragen te bestaan omtrent de rechtsgeldigheid van mijn naturalisatie. Minister Verdonk heeft een onderzoek gelast. Ik kan de juridische problematiek niet overzien, maar ik wil wel zeggen: Hoe vaak geven mensen op de vlucht uit angst andere namen op? Wanneer het gaat om louter onjuiste persoonsgegevens is het ontnemen van de nationaliteit, in alle gevallen, ik herhaal: alle gevallen, een buitenproportionele sanctie.

Dan het verhaal over de uithuwelijking. Het tv-programma van vorige week trekt mijn geloofwaardigheid in twijfel. De slotconclusie van de makers is dat het allemaal erg ingewikkeld is. Ik kan u zeggen: dat valt wel mee. De stelling dat ik vrijwillig een huwelijk ben aangegaan en aanwezig ben geweest op de bruiloft, is eenvoudigweg volledig onwaar. Er komt een verre neef uit Canada. Hij vraagt mijn vader om een van zijn vijf dochters. Mijn vader wijst mij aan. Ik kan u verzekeren mijn vader neemt geen genoegen met een ‘nee’. Onderweg naar Canada heb ik van een tussenstop in Duitsland gebruik gemaakt om naar Nederland te gaan en hier asiel aan te vragen. Dat is in alle eenvoud het verhaal. Niets meer. Niets minder.

Kortom. Ik ben dertien jaar geleden naar Nederland gekomen om mijn leven in eigen hand te nemen, om me niet te laten vangen in een leven dat anderen voor me uitgestippeld hadden. Echter. Het is moeilijk om met zoveel dreiging en politiebescherming te leven. Het is moeilijk om als volksvertegenwoordiger te werken als je geen huis hebt. Moeilijk, maar nog niet onmogelijk. Het is onmogelijk geworden nu de minister een hard oordeel over mijn Nederlanderschap heeft geveld. Dit stemt me treurig, want ik zou mijn mandaat als kamerlid graag tot september willen afmaken.

Ik ga weg, maar de vragen blijven. De vragen over de toekomst van de islam in ons land, over de onderdrukking van vrouwen in de islamitische cultuur en over de integratie van de vele moslims in het Westen. Het is zelfbedrog om te denken dat alles weer zal worden als vroeger: na elf september is de wereld veranderd. Ik ga door met het stellen van ongemakkelijke vragen. De weerstanden die dat oproept, zijn voor iedereen duidelijk. Ik voel de plicht om anderen te helpen in vrijheid te leven, zoals anderen dat ook voelen voor mij. Dat ik aan die emancipatie kan bijdragen – of dat nu in Nederland is of in een ander land – stemt mij gelukkig.

Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon was van Magan. Vandaag leg ik mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer neer. Ik ga Nederland verlaten. Verdrietig en opgelucht zal ik opnieuw mijn koffers pakken. Ik ga door.

De auteur was lid van de Tweede Kamerfractie van de VVD.

Deze tekst werd uitgesproken op de persconferentie van Ayaan Hirsi Ali van 16 mei 2006.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Ayaan Hirsi Ali, topic: Religieuze Onderdrukking
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.