vrijdag, 17 juni 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De staat van het onderwijs is staatsonderwijs


EEN KIJKJE IN DE ONDERDANENFABRIEK

vertaald door: Mike van Roosmalen.

Opgedragen aan Murray Rothbard.

1. Inleiding; Het belang van onderwijs

Toen ik deze lezing voorbereidde, vroeg ik mijzelf af of Onderwijs wel een geschikt onderwerp is in dit jaar van de Golfoorlog. In de zeventiger jaren leek het ons jongeren dat het USA-imperialisme afgedaan had. De schok is voor mij daarom des te groter nu de USA terug is als oorlogvoerende natie, sterker en gesteund als nooit tevoren. Toch is het onderwerp Onderwijs hier zeker op zijn plaats aangezien interventie in het onderwijs een van de lange-termijninstrumenten in handen van de staat is om onderdanen te kweken.

Kritiek op de staatsinterventie in het onderwijs is een van de meest uitdagende libertarische posities. In de moderne tijd is het geloof in de noodzaak van staatsbemoeienis zo diep geworteld dat zelfs de meeste klassieke liberalen en ook de meest radicalen onder hen zelden deze wijsheid in twijfel trokken.

Kritiek op staatsinterventie in het onderwijs staat namelijk gelijk aan kritiek op een van de drie fundamenten waarop de staat is gebaseerd. Deze drie fundamenten zijn: het monopolie op defensie ter garantie van de fysieke stabiliteit van de staat in een bepaald territorium, het monopolie op het recht om het sociale leven binnen het territorium te kunnen reguleren op een wijze die de staatselite geschikt acht, en het monopolie op onderwijs om de psychologie van de onderwerping te kunnen verspreiden.

Het doel van mijn lezing is aan te geven hoe de staat, door haar tussenkomst in het onderwijs, de psychologie van de onderwerping implementeert.

2. De filosofische achtergrond: de psychologie van de onderwerping

De regerende klasse in onze democratieën voert als officiële ideologie dat staatstoezicht en staatscontrole slecht zijn indien ze worden uitgevoerd door een dictatuur die haar onderdanen uniform wil zien handelen. Ervaring heeft ons echter geleerd dat gedwongen uniformiteit juist leidt tot een alom verspreid wantrouwen tegen alles wat de regering stelt. De jarenlange tirannie door het onderwijs in het Oostblok heeft dan ook gefaald haar onderdanen om te vormen tot ware communisten.

Van mijn belangrijkste leraar in het libertarisme, de Amerikaanse filosoof Paul Goodman, heb ik geleerd de vraag naar de manier waarop de staat haar onderdanen fabriceert anders te beantwoorden. Goodman stelt dat niet de door staatsonderwijs gecommuniceerde inhoud van belang is maar juist het gegeven van dwang zelfvertrouwen vernietigt. Wanneer mensen de controle over hun leven wordt afgenomen zullen ze zich machteloos gaan voelen en willen ze zich maar al te graag identificeren met de heersende krachten om enig machtsgevoel terug te krijgen. Dit psychologische mechanisme werd door Goodman de psychologie van de machteloosheid genoemd. Door geweld neemt de staat ons leven over en als reactie verschaffen we de staat de ‘bekrachtiging door het slachtoffer’, zoals Ayn Rand het heeft gesteld.

Dit psychologische inzicht biedt onmiddellijk een verklaring voor de ineenstorting van het Oostblok en andere politieke revoluties: een bepaalde staat wordt omvergeworpen door het volk wanneer ze zwak is, en niet wanneer ze sterk is. Als de staat zwakte vertoond in plaats van glorieuze kracht kan ze niet langer voorzien in de bedrieglijke remedie die identificatie met de sterke is. De psychologie van de machteloosheid is niet alleen een kenmerk van dictaturen. Ook zogeheten democratische staten brengen deze psychologie voort. Zoals Leo Tolstoj al zei is het immers geen verschil, vanuit liet standpunt van het individu bekeken, geregeerd te worden door één persoon of door 51% van alle mensen. Ik spreek dus over de staat in het algemeen, of het nu een democratie is of een dictatuur of welke regeringsinterventie in het maatschappelijk leven dan ook.

Ik zal nu op een bijzondere wijze gebruik gaan maken van de psychologie van de machteloosheid en van het begrip ‘bekrachtiging door het slachtoffer’. Het methodologische advies van de Franse filosoof Michel Foucault volgend, neem ik aan dat de uitoefening van macht zowel specifieke kennis nodig heeft als produceert. In het raamwerk van de libertarische theorie noem ik deze specifieke kennis de psychologie van de onderwerping.

Het is mogelijk elke staatsactiviteit te ontleden en te bepalen hoe deze activiteit onderwerping bekrachtigt of verzwakt. Ofwel, elke actie door de staat heeft een educatief aspect. Om praktische redenen concentreer ik me op de twee opvoedkundige instituten die door de staat zijn opgezet, het gezin en de school, en al haar burgers raken. De twee andere instellingen, de gevangenis en de psychiatrische inrichting, behandel ik hier niet omdat zij op een geselecteerde groep van toepassing zijn.

3. Analyse van de opvoedkundige instituten: het gezin

Het gezin op zich is natuurlijk geen product van staatsinterventie. Het is veel ouder dan de staat en blijft apart van de staat bestaan. De staat echter intervenieert in de gezinsstructuur en verandert haar sociale betekenis. De staat verleent de ouders controle over hun kinderen tot een bepaalde leeftijdsgrens, die willekeurig is vastgesteld. Deze door de staat verleende controle beïnvloedt in sterke mate de relaties binnen het gezin. Het gezin is niet langer meer een vrijelijk gevormde groep die samenleeft op basis van intern gemaakte afspraken (zolang als de groepsleden dat willen) aangezien enkele gezinsleden de externe macht dienen te vertegenwoordigen binnen de groep. En deze macht corrumpeert zoals elke vorm van macht. Het is heel anders als ouders bepaalde samenlevingsregels opleggen dan dat ze de macht hebben om te kunnen zeggen: „tot je achttiende verjaardag moet je bij ons blijven en als je dat niet wilt en weg wilt lopen zal de politie met hun pistolen je dwingen bij ons terug te komen”. Het verschil is tussen handelen vanuit een situatie van vrijwillige interactie en handelen vanuit een situatie van dwang. We weten dat bevelen en orders neigen tot stupiditeit en tirannie indien ze niet gecontroleerd worden door de markt of door het recht af te zien van interactie. Als mensen de kans krijgen anderen te dwingen hun bevelen op te volgen zullen ze geleidelijk dusdanig corrumperen dat ze discussie en argumentatie verruilen voor hardnekkigheid en dogmatisme. Corruptie en machtsmisbruik zullen niet alleen meer van toepassing zijn op larmoyante voorbeelden waarbij kinderen weg willen lopen en gedwongen zijn terug te keren; zij zullen de essentie van het gezinsleven definitief veranderen. Zoals het geval is bij elke vorm van staatsinterventie, zal het gezin van een sociale Structuur van vrijwillige interacties veranderen in een politieke hiërarchie. De eerste les die het kind leert ten gevolge van deze interventie is dat het niet aan zichzelf behoort maar aan iemand anders. Dit is duidelijk de eerste fase in het aanleren van de psychologie van onderwerping. Door deze slimme truc zijn de ouders verworden tot uitvoerders van de onderwerping en bevecht het kind de ouders, en niet de staat. Als het kind de ouders overwonnen heeft, grijpt de staatsmacht in. De staat gebruikt de ouders immers slechts tijdelijk als haar uitvoerders.

De ouders moeten zich niet al te zeker van zichzelf voelen; de staat is de heimelijke eigenaar van hun kinderen. De staat kan te allen tijde de kinderen van de ouders wegnemen als een van haar instanties van mening is dat de ouderlijke invloed op de kinderen slecht is. Aangezien de staat in het algemeen denkt dat ouders ongekwalificeerde onderwijzers zijn, is het onderwijs verplicht gesteld.

4. Analyse van de opvoedkundige instituten: de scholen

Verplicht onderwijs is, ongeacht de onderwezen materie of de toegepaste methoden, de ultieme demonstratie van de staat als eigenaar van de lichamen van kinderen en van de geest van de ouders. Van staatswege krijgen de ouders controle over hun kinderen maar de staat begrenst de ouderlijke vrijheid in de keuze van het onderwijs. Hierdoor bevinden de ouders zich in een psychologische val: hoewel ze eigenlijk machteloos zijn, kunnen ze zich door identificatie met de onderwijskeuzen van de staat toch het gevoel krijgen macht te hebben over het kind. Daarom geven ze de bekrachtiging door het slachtoffer.

De kinderen bevinden zich in een gelijksoortige val: ze zijn in wezen machteloos en hun impuls tot rebellie wordt ingedamd door de liefde voor hun ouders. De kinderen weten of tenminste voelen dat de school verplicht is. De ouders in de val echter geven toe aan de staat en doen alsof ze willen dat de kinderen naar school gaan. De rebellie van de kinderen richt zich dan ook op de ouders in plaats van op de echte agressor, de staat.

Ook de leraren bevinden zich in de val van de schoolplicht: de leerlingen zijn op school, niet omdat zij of hun ouders dat werkelijk graag willen maar omdat de staat hen dat bevolen heeft. De functie van de leraren wordt die van gevangenisbewaarder. Aan de ene kant volgen die leraren net als ieder ander de psychologie van machteloosheid en zijn zij dankbaar dat de staat hen in de gelegenheid stelt illusoire macht uit te oefenen over de kinderen. Aan de andere kant willen de leraren op normale wijze hun werk uitoefenen omdat ze van kinderen houden en kinderen graag willen helpen op te groeien. Wat ook de motivatie van een individu- ele leraar mag zijn, de kinderen zien duidelijk dat volwassenen hypocrieten zijn die zeggen dat ze willen helpen maar hen agressief bejegenen.

Luitert U naar het volgende verhaal van de libertarische leraar James Herndon dat hij verwerkte in zijn boek ‘How to survive in our native land’ dat in 1972, verscheen. Geïnspireerd door de antiautoritaire kritiek op het onderwijs van de jaren zestig begon Herndon met het geven van lessen in creativiteit. In eerste instantie waren de reacties van de leerlingen enthousiast; Herndon’s lessen werden veel leuker gevonden dan de normale stof op school. Herndon ging hierna een stap verder en vertelde zijn leerlingen dat de lessen vrijwillig waren ongeacht de schoolreglementen, de schoolplicht en wat de ouders zouden zeggen. Natuurlijk was dit riskant om te doen. Echter het was niet de school maar juist de leerlingen die hem flink in de steek lieten: ze verschenen niet meer tijdens zijn lessen. Herndon beredeneerde dit onverwachte resultaat als volgt: toen de leerlingen zeiden dat zijn lessen beter waren dan de andere lessen was dat de mening geweest van slaven, en niet van vrije mensen.

Toen ze vrijheid van keuze werd gelaten besloten de leerlingen met hun tijd andere dingen te gaan doen. Het verhaal is nog niet ten einde. Omdat de wet de leerlingen verplichtte weer naar school te gaan en hun dus verbood te werken, te reizen of andere dingen te doen als vrije mensen, werden de leerlingen gedwongen overwegend saaie uren op school door te brengen.

Toen Herndon inzag dat hij zijn pupillen geen echte vrijheid kon geven en eigenlijk hun tijd verknoeide, ging hij verder met het geven van normale lessen.

Herndon’s deprimerende conclusie: op basis van het dagelijks werk is het voor een leraar onmogelijk een fatsoenlijke beslissing te nemen. Gebruikt hij dwang, produceert de leraar namens de staat onderdanen. Laat hij het middel van dwang achterwege, kan hij de leerlingen niets anders aanbieden dan leegte. Hiermee bereikt Herndon dezelfde positie als andere libertariërs als Paul Goodman: de oplossing voor slecht onderwijs is de afschaffing van de leerplicht en niet de hervorming van staatscholen.

Nog een voorbeeld van hoe uitgekiend de psychologie van de onderwerping werkt: hoewel het de staat is die leraren de macht geeft over leerlingen zijn er ook van staatswege opgelegde regels die de willekeur door leraren beperken en onmogelijk proberen te maken. Met deze regels presenteert de staat zich als vriend van de leerlingen. Of anders gesteld: de enige weg open voor leerlingen om zich te beschermen tegen de onrechtvaardigheid van willekeurige handelingen door leraren, is aan te tonen dat deze handelingen tegen de wet zijn. Aan de ene kant gedragen de rebellerende leerlingen zich als wetsgetrouwe burgers. Aan de andere kant kunnen ook de leraren slechts naar het wetswapen grijpen om hun macht over de leerlingen bevestigd te zien. Dus zowel leerlingen als leraren onderwerpen zich zonder aarzeling aan de staat, de enige echte bron van hun conflict. Wat een afschuwelijke ironie!

5. De psychologie van de onderwerping samengevat

De psychologie van de onderwerping samengevat: het doel van het staatsingrijpen in het onderwijs is het creëeren van onderdanen; de belangrijkste middelen hiertoe zijn de transformatie van de gezinsstructuur en de controle over de scholen.

Het opvoedkundige monopolie van de staat werpt vragen op die dieper gaan dan de economische kwestie of het monopolie op het aanbod van aardappelen een tekort aan aardappelen zal veroorzaken. Het monopolie op onderwijs is een van de instrumenten waarmee de staat onze meest persoonlijke relaties en reacties kan manipuleren; bijvoorbeeld het accepteren van voedseltekorten of hongersnoden ten gevolge van regeringsbeleid.

Hoewel er belangrijke variaties bestaan in de structuur van het onderwijsmonopolie is geen enkele moderne etatistische infrastructuur ontstaan zonder een dergelijk monopolie.

De kern van dit monopolie, naast de heffing van belastingen de oudste van alle staatsinterventies, is de transformatie van het gezin van vrije gemeen- schap tot een hiërarchisch-politiek instituut. Deze transformatie raakt ieder mens doordat het de betekenis van opgroeien verandert: de jonge mens groeit niet op in een werkelijke en vrije wereld maar in de kunstmatige wereld van politieke macht en intimidatie.

De leerplicht is meer een specifiek gedeelte van dit monopolie en wordt niet toegepast door elke moderne staat. Hoe complexer de maatschappij wordt, hoe meer de regering zal pogen de scholen te controleren en te monopoliseren en jongeren te dwingen naar school te gaan, of het nu staatsscholen of privé-scholen zijn. Het uiteindelijke doel is jongeren te verbieden vrij onderwijs te volgen; zij mogen niet leren, door zelf te kiezen en te beslissen, zelfbewust en vaardig te worden. Historisch gezien betekende de monopolisering van scholen dat de staat zich meester maakte van de vrijwillig gevormde onderwijsinstellingen. In tegenstelling tot wat de officiële geschiedenis ons hierover leert, was het niet staatsinterventie die het onderwijs voor de massa heeft verwezenlijkt.

De massa heeft haar eigen scholen opgericht en de staat intervenieerde om de scholen te gebruiken voor haar eigen etatistische doeleinden. Grofweg gesteld zijn er drie fasen te onderscheiden in de wijze waarop de staat haar volwassen onderdanen fabriceert:

EERSTE FASE: Kinderen wordt duidelijk gemaakt, door de wetten die de gezinsstructuur reguleren, dat ze machteloos zijn tegenover hun ouders. TWEEDE FASE: De leerplicht laat de ouders, kinderen en leraren zien dat ze machteloos zijn tegenover de staat. DERDE FASE: Uiteindelijk zal iedereen (ouders, kinderen en leraren) realiseren dat ze enig machtsgevoel kunnen herwinnen door toe te geven aan de staat.

Ieder mens die deze fasen doorloopt, wordt een volwassene met de volledige psychologie van de machteloosheid, bereid om de bekrachtiging door het slachtoffer te geven.

6. De essentie van het libertarische standpunt over onderwijs

Tegen de achtergrond van de psychologie van de onderwerping, hierboven geschetst, formuleer ik drie essentialia betreffende de libertarische positie over onderwijs:

A: Het libertarisme doet geen uitspraak over de juiste manier van onderwijs geven.

Zoals op elk ander gebied moet de libertariër onderscheid maken tussen zijn persoonlijke standpunten en de algemene kritiek. Of men nu een pro- gressieve of een conservatieve onderwijsstijl prefereert, men dient vrijheid van keuze te bezitten. Als ik bijvoorbeeld progressief onderwijs prefereer en de staatsscholen voorzien hierin, zal ik als liberta- riër tegen deze vorm van staatsonderwijs moeten zijn.

Deze vorm van libertarische kritiek wordt vaak afgeschilderd als extreem relativisme, wat het volgens mij niet is. Wat libertariërs zeggen is dat dwang, geweld en politieke macht in het algemeen elke handeling veranderen waarvan ze deel uitmaken. Dus ik, als een min of meer progressieve opvoeder, ben tegen de progressieve methoden die op de staatsscholen worden toegepast en niet omdat ik denk dat ik misschien ongelijk heb, maar om progressiviteit gemengd met dwang de betekenis van progressiviteit vernietigt. Je kan geen lessen in vrijheid geven aan leerlingen die gedwongen in het klaslokaal zitten. Hetzelfde geldt voor de conservatieve opvoeders: zij kunnen hun persoonlijke autoriteit niet testen tegenover leerlingen die gedisciplineerd worden door een externe kracht. Daarom moeten allen, progressieve en conservatieve opvoeders, de strijd aanbinden tegen staatsonderwijs zonder daarbij te vluchten in relativisme. We kunnen immers trouw blijven aan onze overtuigingen en verder blijven discussiëren en ruzieën over de juiste manier van onderwijs.

B: In de context van geweld staat onderwijs gelijk aan een onderdanenfabriek en kan het, ondanks welke inspanningen of bedoelingen dan ook, niets anders zijn dan dat.

Door haar bemoeienis met het onderwijs leert de regering de burgers dat ze staatsonderdanen zijn en niet aan zichzelf toehoren.

Deze les wordt geleerd, wat de overige officiële doelen van het staatsonderwijs ook mogen zijn. Als een libertarische minister van onderwijs Paul Goodman’s „Gestalt Therapy” verplicht stelt tijdens de lessen psychologie, Murray Rothbard’s „Ethics of Liberty” tijdens de lessen filosofie, Ludwig von Mises’ ,,Human Action” voor de sociale wetenschappen en Ayn Rand’s roman „Atlas Shrugged” verplicht voor de literatuurlessen en als dezelfde minister iedere docent verplicht een cursus “non-agressief communiceren en lesgeven” te volgen, en als er bovendien sprake is van leerplicht en van een staatsmonopolie op scholen en van ontkenning van de mensenrechten voor kinderen, dan wordt de les in onderwerping nog steeds geleerd.

C: Het bekritiseren van het staatsmonopolie op onderwijs staat gelijk aan het prediken van sociale revolutie.

Het zijn geen vouchers die we nodig hebben. Ervaring met het vouchersysteem in een district van Californië leert ons, aldus de libertarische econoom E.G. West, dat het systeem wordt gebruikt om een nieuwe bureaucratie op te zetten en om de overheidscontrole over scholen te waarborgen. Het is onmogelijk gebleken onderwijs te dereguleren binnen de staat.

De staat heeft de psychologie van de onderwerping nodig anders zou ze ten ondergaan. Dus ook al zouden we erin slagen een deel van het staatsmonopolie te dereguleren, de regering vindt andere gebieden om te veroveren. Wat wij nodig hebben is een programma en een strategie om de staat op elk gebied terug te dringen. Maar allereerst zullen we moeten beginnen elke vorm van etatistisch denken door ons en door onze medeburgers op te geven.

NOOT REDACTIE: Het bovenstaande is een vertaling van de lezing die Stefan Blankertz, de Duitse vertegenwoordiger van ISIL, gaf in maart jl. op het Trefpunt te Rotterdam.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Blankertz, Stefan, topic: Blankertz, Stefan, Onderwijs, Vrijbrief 161 (juli/augustus 1991)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.