zaterdag, 18 juni 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De vrije markt in een onvrije economie


Nu deze rubriek al weer zo’n jaartje in de VRIJBRIEF verschijnt, is het wellicht verstandig om voor onze nieuwe abonnees nog eens aan te stippen waarom we hier over beleggen en dergelijke zaken schrijven.

Een van de voornaamste doelstellingen van het libertarisme (en ook van het objectivisme en de vrije markt economie) is “de vergroting van de vrijheid van het individu”. Die vergroting van de individuele vrijheid kan o. a. bevorderd worden door:

  • mensen bewust te maken wat hun rechten zijn,
  • ervaringen uit te wisselen,
  • én door te zorgen dat de gevolgen van iemands acties volledig voor zijn of haar verantwoordelijkheid vallen.

Dat laatste is een hele mond vol, maar zegt eigenlijk: “Als je wat doet, heb je recht op de gevolgen”. Die gevolgen kunnen positief of negatief zijn, bv. een eerste prijs in een wedstrijd, een gebroken ruit, een salaris of winst op een transactie.

Aangezien we het op deze pagina over beleggen willen hebben, wordt er hier alleen ingegaan op de financiële gevolgen van iemands acties. Wat merk je dan als je tegenwoordig acties (werk of investering) onderneemt? Wel, het recht op eigen leven of het recht op de gevolgen van acties (salaris of winst) wordt maar voor een klein deel erkend. Of anders: aangezien maar een deel van salaris of winst behouden mag worden, vanwege de belasting, heb je dus eigenlijk ook maar voor een deel recht op eigen leven.

In het februarinummer zal ik op dit onderwerp doorgaan, maar nu moet ik natuurlijk eerst reageren op het marktgebeuren en wel vooral op de ontwikkelingen met goud en zilver.

Vaste lezers van deze rubriek weten nu wel dat goud en zilver middelen zijn om iemands financiële basis te versterken.

Goud is door de eeuwen als waarde erkend. Niet alléén in tijden van onrust (zoals nu in de wereld), maar ook in tijden van hoge belasting en grote inflatie. Zilver is daarbij dan helemaal bijzonder, omdat het industriële verbruik nu groter is dan wat er jaarlijks boven de grond gebracht wordt.

Bovenstaande wil echter niet zeggen dat u ongeacht de prijs moet kopen. Denkt u het goud of zilver op korte termijn weer te verkopen, dan zou ik aanraden op een eventuele reactie in de prijzen te wachten. Bent u van plan het spul als zekerheid tegen van alles te bewaren, dan heb ik er geen probleem mee zelfs op deze prijzen nog te kopen. En dan iets meer zilver dan goud.

O ja, en als u het metaal afgeleverd wilt krijgen, koop het dan in België (scheelt u BTW). Vanaf januari wordt in Zwitserland op afgehaald goud en zilver 5,6% geheven, wat natuurlijk zonde is om te betalen. Wel bestaat nog steeds de interessante mogelijkheid om via een bank metaal in Zwitserland te kopen, zonder BTW of 5,6%. Dit is zeker te overwegen als u geen aflevering wenst.

Een klein beetje rustiger dan goud zelf zijn de goudmijnaandelen. Deze zijn procentueel minder gestegen dan het goud. Denkt u eens in, U heeft een mijn die goud voor $ 280 per ounce uit de grond haalt. U verkoopt datzelfde goud voor $ 500. Wat voor dividend kunt u dan wel niet uitkeren? Dat is de reden dat ik u goudmijnaandelen aanraad. In vermoedelijk 2-3 jaar heeft u d.m.v. het dividend de aankoop er al uit. (Tja, dat gaat natuurlijk wel onder de veronderstelling dat dat dividend niet bij uw belastbare inkomen komt.)

Over welke goudmijnen en de uitvoering van uw aankopen wil ik liever uw vragen persoonlijk beantwoorden. Aarzel niet deze te stellen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Jongen, Louk, topic: Jongen, Louk, Beleggen, Vrijbrief 24 (januari 1980)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.